Q-factor Omgevingskwaliteit

Er zijn er veel, dat is zeker. Maar welke instrumenten voor omgevingskwaliteit zet je wanneer in en hoe? Met het Kwaliteitskwadrant presenteren planoloog José van Campen en stedenbouwkundige/architect Sandra van Assen een nieuw model voor de ordening van instrumenten. Zij ontwikkelden dit tijdens hun promotieonderzoek aan de TU Delft.

Er komt veel af op de ruimtelijke ordening in Nederland. Om een toekomstbestendig Nederland te creëren, heeft het rijk ruim 25 rijksprogramma’s opgetuigd, zoals Water en Bodem, het Landelijk Gebied, Infrastructuur en Ruimte, de Energiehoofdstructuur en Circulaire Economie. Met het programma Mooi Nederland wil minister De Jonge deze programma’s in samenhang laten landen in de ruimte – met kwaliteit. Een onvoorstelbare uitdaging.

Hoe bereiken we een goede omgevingskwaliteit en hoe houden we deze in stand? Met het Onderzoeksprogramma Q-factor richten José van Campen en Sandra van Assen zich op de kwaliteitsgovernance en instrumenten voor omgevingskwaliteit. Dit resulteerde onlangs in een nieuw model dat experts en bestuurders helpt om orde aan te brengen in de inzet van instrumenten voor omgevingskwaliteit: het Kwaliteitskwadrant Omgevingskwaliteit.

Steeds breder
Ruimtelijke kwaliteit werd al in 1988 een nationale doelstelling. Dat jaar verscheen de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening. Hierin werd ruimtelijke kwaliteit gezien als het samengaan van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het afgelopen decennium is het kwaliteitsbegrip verder verruimd.

Met de introductie van de Omgevingswet is kwaliteit een hoofddoel geworden. De wet spreekt nu van ‘omgevingskwaliteit’. Een nog omvattender term, vergelijkbaar met het begrip Baukultur, geïntroduceerd in de Europese Verklaring van Davos, die ook Nederland ondertekende. De verantwoordelijkheid voor goede omgevingskwaliteit is nu wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet. Iedereen heeft hier een zorgplicht voor, de overheden voorop. De Omgevingswet laat geen twijfel over de integrale kwaliteitsdoelstelling. De wet gaat over natuur én cultuur:

‘Omgevingskwaliteit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten.’ (Memorie van toelichting Omgevingswet)

Over kwaliteit moet je praten
Een algemene definitie van omgevingskwaliteit bestaat niet. Het vraagt altijd om een dialoog over wát kwaliteit is op een bepaalde plek, voor bepaalde gebruikers, nu en in de toekomst. Je kunt het niet afvinken. Er is altijd afwegingsruimte. Wat goede omgevingskwaliteit is, daar moet je met elkaar over praten.

De instrumenten 
Om dit gesprek aan te gaan zijn instrumenten nodig: inhoudelijke, regelende en organisatorische instrumenten.
Ruim honderd jaar Nederlandse ruimtelijke ordening heeft het arsenaal kwaliteitsinstrumenten doen groeien. Sommige instrumenten zijn niet meer weg te denken uit ons ruimtelijke ordeningssysteem: de stads- en dorpsbouwmeesters, de kwaliteitsteams en adviescommissies, de beeldkwaliteitsplannen, handreikingen, evenementen, manifestaties, prijzen en meervoudige opdrachten. Er verdwijnen instrumenten en er komen nieuwe bij.   Maar niet altijd is duidelijk met wat voor instrument we te maken hebben; soms worden beleidsinstrumenten aangezien voor kwaliteitsinstrumenten. Om een voorbeeld te geven, een omgevingsvisie waarin geen doelen of ambities zijn geformuleerd voor omgevingskwaliteit, heeft een beperkte werking als kwaliteitsinstrument. Onduidelijkheid is er ook over de vraag wanneer je welk instrument gebruikt.

Eerste versie
De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een samenhangend kwaliteitsbeleid te ontwerpen met inzet van verschillende instrumenten. We spreken van kwaliteitsgovernance: het gericht vormgeven van beleids- en planvormingsprocessen voor de omgeving, in een netwerk van samenwerkende actoren, met het doel om de omgevingskwaliteit – als vastgesteld publiek belang – te behouden of te verbeteren. Om helderheid te scheppen, brengen we in het onderzoek instrumenten en rollen samen in een overzichtelijk model (zie afbeelding). Dit ‘Kwaliteitskwadrant Omgevingskwaliteit’ groeit dankzij uitwisselingen met de communities of practice in Nederland en het buitenland.
De eerste versie van het Kwaliteitskwadrant kwam mede tot stand dankzij uitwisseling met het Europese project Urban Maestro, WING, het Aanjaagteam Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Fryslân en het Steunpunt Ruimtelijke kwaliteit Groningen (STRK). Het steunpunt stelde onlangs een handreiking samen, met het Kwaliteitskwadrant toegepast op de Groningse context. Het Kwaliteitskwadrant kan overheden en adviespraktijken helpen om te verkennen welke instrumenten en rollen al worden gebruikt en welke aanvullend gewenst zijn. Daarnaast kan het helpen consistentie in het kwaliteitsbeleid en de kwaliteitsgovernance aan te brengen.

Vier kwadranten
In het Kwaliteitskwadrant onderscheiden de samenstellers vier categorieën.

Informele instrumenten beïnvloeden de besluitvormingsprocessen (en al het denken en handelen dat daaraan voorafgaat) op een informele manier.

Formele instrumenten zijn op formele wijze ingebed in besluitvormingsprocessen en bieden daardoor een zekere mate van rechtszekerheid en/of proceszekerheid.

Instrumenten gericht op kwaliteitscultuur versterken het algemene draagvlak, de betrokkenheid en de kennis over omgevingskwaliteit. Daarmee dragen ze bij aan een cultuur waar omgevingskwaliteit onderdeel uitmaakt van denken, handelen en besluitvorming.

Instrumenten gericht op kwaliteitsresultaat beïnvloeden de kwaliteit van de concrete fysieke ruimte.

Vier rollen
Deze vier categorieën zijn te relateren aan de rol van instrumenten en aan adviesrollen. We hebben de rollen toegevoegd aan het kwadrant. Het is interessant om te zien dat bijvoorbeeld adviespraktijken rollen op zich kunnen nemen uit verschillende kwadranten, hetzij gelijktijdig, hetzij verschuivend in de loop der tijd. We onderscheiden de volgende rollen in de vier kwadranten.

Rol: informeel – kwaliteitscultuur
Hier gaat het om het agenderen en inspireren, maar ook het uitwisselen van kennis, het geven van informatie en het verzorgen van educatie over omgevingskwaliteit. Instrumenten die kunnen worden ingezet voor de informele kwaliteitscultuur zijn bijvoorbeeld evenementen, campagnes, landschapsbiografieën en landschapsambassadeurs, of verkennend en inspirerend ontwerpend onderzoek.

Rol: formeel – kwaliteitscultuur
Hier gaat het om waarden bepalen, doelen stellen voor de omgevingskwaliteit en bijvoorbeeld het subsidiëren in het verlengde daarvan. Het gaat om algemene instrumenten gericht op bewustwording en een handelingsperspectief. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van kernkwaliteiten en bijbehorende kwaliteitsdoelen in omgevingsvisies, of denk aan subsidieregelingen en fondsen gericht op het stimuleren of belonen van kwaliteitsinspanningen, of aan overheidsprijzen.

Rol: informeel – kwaliteitsresultaat
Hier gaat het om meedenken, co-creëren en stimuleren van omgevingskwaliteit in de vroege fase van concrete projecten of plannen. Om de concrete object- of gebiedskwaliteit op informele manier te stimuleren kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van gebiedsgerichte kwaliteitskaders, compensatiemechanismen, maar bijvoorbeeld ook om co-creatieve processen, zoals gebiedsprocessen en schetsschuiten.

Rol: formeel – kwaliteitsresultaat
Hier gaat het om het opstellen van concrete regels en beoordelingscriteria, het beoordelen aan de hand ervan en bijvoorbeeld het instellen van positieve prikkels bij het ontwikkelen van meer of nieuwe omgevingskwaliteit in een concreet project of plan en de beoordeling ervan. Denk aan de borging van de zorgplicht voor kwaliteit en instructieregels in het omgevingsplan en de omgevingsverordening, het opstellen en hanteren van vastgestelde beleidsregels, maar ook aan financiële of planologische incentives en prikkels om kwaliteitsmaatregelen te stimuleren. Ook meervoudige opdrachten en op realisatie gerichte projectprijsvragen vallen onder deze categorie.

Sandra en José krijgen positieve feedback op de eerste ‘invuloefeningen’ met overheden en adviseurs. Er ontstaat overzicht welke instrumenten er worden gebruikt, en waarom. Het biedt tevens inzicht in de blinde vlekken. Het model helpt om orde aan te brengen in de instrumenten omgevingskwaliteit en kan een goede start zijn voor het gesprek erover. De twee onderzoekers zijn erg benieuwd naar bevindingen van anderen. Laat het hen weten: Wat zijn jouw instrumenten omgevingskwaliteit?

Het onderzoek naar de kwaliteitsgovernance en instrumenten voor omgevingskwaliteit loopt door.
Zie voor de voortgang:  www.q-factor.info
Contact en info: info@q-factor.nl